Jan C. Hubert


Veranderende Technieken



Alhoewel er nu, zij het nog steeds op plaat gecopieerde geluidseffecten ter beschikking stonden, werd er toch nog vaak een beroep op het improvisatietalent van de inspeciënten gedaan.



Zo ook toen de 1952 in dienst gekomen Andre du Bois de grote KRO science-fiction serie "Sprong in het heelal" en "Testbemanning" kreeg toegewezen. Ruimtevaart was echt nog fictie, om over de geluiden daarvan nog maar te zwijgen. Dagen en nachten hebben regisseur Leon Povel, inspeciënt Andre du Bois en technicus Ad van der Ven in de studio doorgebracht om met de meest vreemde zaken, raketstarts, vliegende schotels, sluisdeuren en maanvoertuigen te produceren. Maar het resultaat mocht er dan ook zijn. Zelfs toen in de jaren zestig met de ruimtevaartuitzendingen werd begonnen, gebruikte men als tune de raketstart van de 'Sprong' omdat deze veel illustratiever was dan een echte raketstart.

De produktiemachine draaide op volle toeren en aan de techniek werden steeds hogere eisen gesteld. Doordat er bandrecorders in de controlekamer werden bijgeplaatst werd het mogelijk om in fragmenten op te nemen en bij de namontage nog van alles toe te voegen. Door de komst van stereofonie moesten de studio's worden omgebouwd en werden voorzien van de modernste apparatuur. Met name VARA-studio 6 werd daarmee in 1967 het paradepaardje van de Nederlandse omroep. Daar was alles mogelijk en kon iedere geluidsachtergrond worden gerealiseerd. De stereofonie bracht overigens wel een ommekeer teweeg in de werkwijze van de inspeciënt. Tot dan kon hij zich prima redden in zijn geluidenhoekje met zijn eigen geluidenmicrofoon, hoever die ook van de spelers verwijderd was. Nagenoeg alle handelingsgeluiden werden op de vierkante meter gemaakt en netjes op sterkte door de technicus ingemixt. Bij stereo moesten al deze geluiden ineens 'richting' meekrijgen, waardoor de inspeciënt plotseling als een ping-pongbal door de studio heen en weer schoot, om bij de diverse spelers zijn geluiden te produceren. Vooral in de beginperiode, waarin men – om maar duidelijk te laten horen dat het stereo was - zò breed werkte dat de term link/rechts beter op zijn plaats was, leidde dit nogal eens tot problemen. Het gevolg was dat een deel van de handelingsgeluiden weer door de acteurs zelf gedaan moesten worden . Terug naar de oorsprong dus. Bij sommige regisseurs leidde de komst van stereo tot de neiging naar superrealisme – alles moest gehoord! "Man met geruite pet, men hoort dit" was een gevleugelde kreet van Jan C. Hubert, destijds regisseur bij de VARA. Gelukkig is dat verleden tijd en is alles weer tot zijn normale proporties terug gebracht .

Maar de televisie kreeg meer en meer grip op de luisteraar, die tenslotte alleen nog maar kijker werd. Verandering van repertoire en nieuwe vormen zoals 'verbosonie' en het strikt 'radiofonische luisterspel' konden niet beletten dat het hoorspel langzaam in een dal wegzakte met een absoluut dieptepunt in 1978. "Video killed the Radiostar", de tv won met duidelijke cijfers. En hoewel het hoorspel daarna duidelijk weer in de lift zat heeft het zijn populariteit nooit meer terug gewonnen. De stelling dat hoorspel 'Theater voor blinden' is heeft duidelijk geen post gevat. Want behalve negatief, hebben film en televisie het hoorspel ook positief beïnvloed. Menige hoorspelbewerking van een film of televisiespel is in het voordeel van het hoorspel uitgevallen. De radio kan dat, wat film, toneel en televisie niet kunnen: alleen door een mix van stemmen en geluidsmontages sferen oproepen waarbij sprongen in de tijd geen enkel probleem vormen. Bij film of tv zou juist dit laatste kapitalen aan decors, kostuums en grime kosten.

Suggestie!, daar komt het op aan en dat zal ook in lengte van dagen dè grote kracht van het hoorspel blijken te zijn!

[ VORIGE ]    [ HOME ]